//www.alkmaarkarate.nl/wp-content/uploads/an_6863-scaled-e1663320911281-1050x679.jpg

Dojo

De Dojo: een plaats om te trainen.

De term Dojo bestaat uit de twee symbolen “do” en “jo”. Dit betekent “weg naar” en “plaats”. De Dojo is de plaats waar men zoekt naar het pad, naar de juiste manier om iets te bereiken. Onze Dojo is gevestigd in de gymzaal van o.b.s. De Cocon in Alkmaar Noord.

Dojo-kun

De regels van de Dojo worden de Dojo-kun genoemd, die de etiquette en het goede gedrag beschrijven. Dojo-kun door Gichin Funakoshi:

Ten eerste: Streef karaktersterkte na, zoek naar perfectie.
Ten eerste: Verdedig de weg van de waarheid, wees betrouwbaar.
Ten eerste: Volhard en begin steeds opnieuw, verbeter jezelf.
Ten eerste: Eer de principes van de etiquette, respecteer anderen.
Ten eerste: Bescherm je tegen wangedrag, wees niet gewelddadig.

Deze vijf regels laten zien dat karate meer is dan alleen maar slaan en schoppen. De vijf regels zijn allen even belangrijk en beginnen daarom allemaal met “ten eerste”. Karate en kobujutsu zijn vechtkunsten waarbij respect, controle, concentratie, volharding, bescheidenheid, zelfbeheersing en zelfdiscipline belangrijke aspecten zijn.

Karate is een levensstijl, een manier van denken.

Dojo etiquette

In een karate dojo gelden bepaalde afspraken. Het Shotokan karate heeft etiquette (goede manieren) hoog in het vaandel. Dat houdt in dat we bij het betreden en verlaten van de dojo een buiging maken. Als je de karate dojo binnen komt, beloof je jezelf met volle inzet aan jezelf te gaan werken.

Respect tonen voor elkaar doen we, niet omdat de een beter is dan de ander, maar omdat mensen elkaar onderling dienen te respecteren. Praat daarom niet als er wat wordt uitgelegd en hou je aan de gegeven opdrachten. Als de atmosfeer rustig is, kan een ander zich ook beter concentreren. Van iedereen verwachten we een positieve lesinstelling, zowel ten aanzien van jezelf, als ten aanzien van anderen. Voor alle deelnemers is het prettiger als je de tijdens de les gebruikte japanse termen zo snel mogelijk probeert eigen te maken.

Draag je witte karategi met gepaste trots, en hou hem wit. Je obi heeft de kleur die hoort bij de graad waar je recht op hebt. Vrouwen mogen een wit t-shirt of hemd onder het jasje dragen. Hou je pak schoon.

Om blessures te voorkomen moeten de nagels van handen en voeten kort zijn en sieraden zoals kettingen, oorbellen of ringen afgedaan worden, ook niet als ze je ogenschijnlijk niet hinderen. Als je een ring niet afkrijgt, kan je hem afplakken. Het dragen van kruis-, borst- en gebitsbescherming is niet verplicht maar wordt bij sommige trainingsvormen wel aanbevolen.

Als je te laat binnenkomt, neem je in seiza (op je knieën) plaats bij de ingang van de dojo, in afwachting van een teken van de trainer, dat je binnen mag komen. Als je tijdens de les de zaal wilt verlaten, is het de gewoonte dit aan de trainer mede te delen, maak echter altijd een buiging bij het verlaten of betreden van de dojo. Eventuele blessures moet je voor het begin van de les bij de trainer melden, zodat daar rekening mee kan worden gehouden.

Groeten

Voor en na de les wordt een groetceremonie gehouden. Alle karateka’s stellen zich vlot in één of twee rijen op, de hoogst gegradueerde aan de rechterzijde. Op het teken van de hoogst gegradueerde gaat de trainer en daarna deze hoogst gegradueerde als eerste zitten,  door de andere deelnemers. Op het teken ‘mokuso’ volgt een korte meditatie, waarbij je je ogen sluit. Je maakt je geest ‘leeg’. Je laat je beslommeringen van de dag los en je bereidt je voor op de karateles. De meditatie eindigt op het teken ‘mokuso yame’. Als de leraar met zijn gezicht in dezelfde richting zit als de leerlingen zeggen we eerst ‘shomen ni rei’. Je buigt dan naar de shomen. Daarna draait de leraar zich om naar de groep. Hierna volgen ‘sensei ni rei’, gevolgd door ‘otogai ni rei’. Op het teken ‘kiritsu’ staat men op, in dezelfde volgorde als aan het begin. Aan het einde van de les volgt dezelfde ceremonie, nu met als doel weer terug te keren naar je dagelijkse leven.